BELEIDSPLAN

 

HANDBALVERENIGING

WESTSITE

 

2001-2005

 

 

Oktober 2001

 

Beleidsplan Handbalvereniging Westsite 2001-2005

Inleiding

Het beleidsplan van de Handbalvereniging Westsite heeft tot doel de nieuwe fusieclub in de komende jaren richting te geven. De verenigingen Westervogels en OSC hadden beide hun eigen beleid, cultuur en regels, hun eigen identiteit. De komende jaren zal de nieuwe vereniging een eigen identiteit moeten krijgen, een mix van de elementen die door de beide verenigingen zijn ingebracht. Het eerste jaar na de fusie heeft het bestuur nadrukkelijk gekozen voor weinig veranderingen en heeft het accent gelegen op integratie van beide verenigingen. Dit lijkt aardig gelukt te zijn. In dit beleidsplan moet de nieuwe club stap voor stap vorm krijgen.

Hoofdstuk 1 geeft een schets van (maatschappelijke) ontwikkelingen die belangrijk zijn voor de toekomst van de vereniging.

In hoofdstuk wordt een schets gegeven van de huidige vereniging; de naam, leden, contributie en bestuur. Hoofdstuk 3 geeft een analyse waar de vereniging Westsite op dit moment staat. Wat zijn onze sterke punten, waar zijn we nu juist minder goed in. Wat zijn bedreigingen voor het voortbestaan van de club en waar liggen kansen.In hoofdstuk 4 komt de toekomstvisie van de vereniging thematisch aan de orde. Wat moet het beleid van de vereniging zijn voor de jeugd, jeugdopleidingen, senioren, trainers, coaches, scheidsrechters, materiaal, gehandicapten, organisatie, accommodatie veld en zaal en communicatie.

Hoofdstuk 5 geeft een tijdsplanning van het voorgaande en het afsluitende hoofdstuk 6 geeft een overzicht van de financiële consequentie van het beleid.

 

Hoofdstuk 1 Relevante ontwikkelingen

Maatschappelijke ontwikkelingen

Er is een aantal maatschappelijke trends die ervoor zorgt dat mensen minder sporten, maar ook minder lid zijn van sportverenigingen. Deze trends zijn in te delen in vier soorten oorzaken van ‘sportuitval’; maatschappelijke oorzaken, sportgebonden oorzaken, verenigingsgebonden oorzaken en persoonsgebonden oorzaken.

Maatschappelijke oorzaken

Als mogelijke oorzaken van sportuitval wordt onder meer gedacht aan de wijze van vervoer, informatisering, maar evenzo de situatie in de grote steden.. Er wordt veel minder dan vroeger gelopen en gefietst om ergens te komen, men neemt het openbaar vervoer of later de brommer en de auto. Jongeren worden door ouders naar de sportvereniging gebracht en gehaald. De risico’s in het verkeer zijn veel groter dan vroeger en ook de sociale veiligheid in een stad als Amsterdam laat nog wel eens te wensen over. Dit heeft maatschappelijke gevolgen gehad. Niet langer is het lidmaatschap van een jeugdlid een commitment van de jeugdige jegens de club, maar ook een commitment van ouders, die enkele malen per week tijd vrij moeten maken om hun kind naar de sportvereniging te brengen. Hieruit vloeit voor een moderne vereniging de taak voort om het ook ouders naar de zin te maken.

Spelen doen kinderen minder fysiek. Vroeger werd veel meer buiten gespeeld, tegenwoordig is de jeugd moeilijk van de spelcomputer los te scheuren. Bovendien moeten jongeren meer tijd aan school besteden. Daarnaast kost een bijbaantje vaak veel tijd. De grootste sportuitval vindt plaats in de leeftijdsgroep vanaf 14 jaar. Ook de toenemende individualisering en consumentisme spelen een rol. Hiermee wordt bedoeld dat steeds meer mensen een sport willen beoefenen die zij leuk vinden en op de manier die hen aanspreekt en op een tijdstip dat het hen schikt. Dit sluit vaak niet aan bij het aanbod van de traditionele sportverenigingen. Individugerichte sporten zijn momenteel bijzonder populair.

Als sportvereniging in Amsterdam speelt daarnaast de specifieke grote steden problematiek een rol. In Amsterdam is 62% van de jongeren tussen de 5 en 17 jaar van allochtone afkomst. Westsite is een tamelijk witte vereniging, ondanks het feit dat er voldoende allochtone gezinnen in de omgeving van Riekerhaven en de Ookmeerhal aanwezig zijn. Veel jongeren zijn afkomstig uit de nieuwe wijken rondom de Aker. Binnen allochtone gezinnen is het lidmaatschap van een sportvereniging met de daaraan verbonden rechten en plichten geen vanzelfsprekendheid.

Samenvattend gaat het om de volgende ontwikkelingen:

Helaas is het niet eenvoudig om dit soort maatschappelijke ontwikkelingen tegen te gaan. De belangrijkste acties die op verenigingsniveau genomen kunnen worden om de maatschappelijke oorzaken van sportuitval tegen te gaan zijn:

Sportgebonden oorzaken

Iedere sport heeft elementen die mensen als meer en minder plezierig ervaren. Dit is in de eerste plaats afhankelijk van de persoon, maar er is bij sport een aantal elementen die door relatief veel deelnemers als negatief ervaren wordt. Deze elementen verschillen van sport tot sport. Vooral voor jonge kinderen is het vaak moeilijk een sport zo te beoefenen als de spelregels het voorschrijven.

Een voorbeeld is de situatie van een keepertje bij het voetbal die tijdens een wedstrijd zo heerlijk stond te dromen dat hij niet in de gaten had dat de andere ploeg de bal in het net schoot. Zijn teamgenoten brachten hem hardhandig tot de werkelijkheid terug. Hij verontschuldigde zich door te zeggen dat hij al een poos in zijn eentje had gestaan.

Zoals gezegd heeft iedere sport elementen die mensen minder aanspreken. Handbal bijvoorbeeld heeft een slecht imago. De sport wordt gezien als ruw en hard, hoewel hierin de laatste jaren een verbetering lijkt op te treden. Vooral het snelle handbal van het nationale damesteam en de prestaties die behaald worden dragen hieraan bij. Dit laat onverlet dat imagoproblemen handbal nog steeds parten spelen. Het is enerzijds een taak van de sportbonden en overkoepelende organisatie om de sportbeoefening op zodanige wijze mogelijk te maken dat er voor elk wat wils is, maar anderzijds ligt er ook een taak voor Westsite zelf. Door een sportieve uitstraling na te streven en leuk handbal te laten zien kan de vereniging in elk geval trachten dit imago buiten de deur te houden.

Verenigingsgebonden oorzaken

Uit een onderzoek naar sportuitval bij jongensturnen blijkt dat 50% van de genoemde oorzaken van sportuitval verenigingsgebonden was. Van deze oorzaken zijn veruit de meeste relationeel-pedagogisch gelabeld, gevolgd door didactische en organisatorische oorzaken. Het gaat dan om de volgende zaken.

De trainer kan als een reden ervaren worden om te stoppen met de sport. De trainer kan kinderen "oneerlijk" behandelen of in zijn beleving niet aansluiten bij wat de kinderen willen.

Een andere reden is de oefenstof. Als de stof te moeilijk is raken kinderen gefrustreerd, als te stof te gemakkelijk is verveeld. De oefenstof moet aansluiten bij de sporters en hoe zij tegenover hun sport staan. Vervolgens is er sprake van een groepssamenstelling waarbij geen sprake is van gelijke niveaus en ook pesten in de groep kan een reden zijn voor sportuitval. Als laatste is de nadruk op presteren voor kinderen soms reden om te stoppen met sporten. De drang om te presteren moet uit het kind zelf komen en niet opgelegd worden door vereniging of ouders. Hoewel deze elementen voortkomen uit een onderzoek naar jongensturnen zijn ze goed naar andere sporten te vertalen. Ook hier is echter sprake van problematiek die in de eerste plaats door sportbonden en verenigingen opgelost moet worden. Samenvattend gaat het om de volgende zaken die maken dat met name kinderen stoppen met sporten:

 

 

Persoonsgebonden oorzaken

Bij persoonsgebonden oorzaken gaat het om de volgende oorzaken van sportuitval:

Allochtonen

Integratie verloopt niet vanzelf. Voor veel allochtonen geldt dat sport kan bijdragen aan integratie met andere bevolkingsgroepen in ons land. Door sportbeoefening in verenigingsverband, (sport)scholen en in de buurt, kunnen nieuwe contacten gelegd worden, terwijl het verrichten van vrijwilligerswerk bijdraagt aan de oriëntatie op de Nederlandse cultuur en aan persoonlijke - en groepsontwikkeling. Voorwaarde is dat factoren die sportdeelname bemoeilijken worden weggenomen. Met name in verenigingen is sprake van een specifiek Nederlandse cultuur, die veel allochtonen nog onbekend is. Ook het vrijwilligerswerk, voor sportverenigingen onmisbaar, is voor de meeste allochtonen niet vanzelfsprekend. Bovendien zijn zaken als het betalen van contributie en het werken met trainingsschema’s voor veel van hen onbekend. Een ander probleem is de gebrekkige participatie van allochtone ouders in het verenigingsleven. Allochtonen worden daarom niet altijd enthousiast bij een vereniging verwelkomd. Er zal voortdurend inspanning moeten worden geleverd om sportverenigingen daadwerkelijk toegankelijk te maken voor allochtonen. Gezien de bevolkingssamenstelling van Amsterdam ligt hier een maatschappelijke opdracht voor Westsite.

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 2 Huidige situatie

Met ingang van het handbalseizoen 2000-2001 zijn de Amsterdamse handbalverenigingen Westervogels en OSC gefuseerd. De redenen voor deze fusie waren:

Al met al was de gedachte dat beide verenigingen elkaar goed zouden aanvullen.

Naam van de nieuwe vereniging

Tijdens de ledenvergaderingen van zowel Westervogels als van OSC waarin tot de fusie werd besloten, zijn van beide verenigingen drie leden gevraagd om een naamcommissie te vormen. Deze zes leden hebben samen een voorstel gedaan voor een naam: Westside. Deze naam was als domeinnaam op internet niet vrij. Westsite op dat moment wel. De besturen hebben toen gekozen voor de t. Bovendien leek het woord ‘site’ beter te passen in het digitale tijdperk waarin de jeugd opgroeit, dan ‘side’ wat verwijst naar iets dat alleen de ouderen iets zegt. Toen de besturen uiteindelijk de naam Westsite wilden vastleggen voor internet bleek deze inmiddels echter ook te zijn vergeven. Als domeinnaam geldt nu Westsite-Amsterdam. De verenigingsnaam is Westsite.

Leden

Halverwege het seizoen 2000-2001 bestaat de fusievereniging uit 213 leden, inclusief kaderleden en recreanten. Hiervan zijn 177 spelende leden, dit betekent exclusief de kaderleden, recreanten en de kabouters. De opbouw van de vereniging is als volgt:

 

Dames

Heren

Totaal

Jeugd

62

17

79

Senioren

76

32

108

Kaderleden

5

16

21

Recreanten

3

2

5

Totaal

146

67

213

Aan het begin van het seizoen 2000-2001 bestond de vereniging uit 17 teams:

Mini’s2 teams

D-jeugd: 1 team

C-jeugd:2 teams

B-jeugd:1 team (1 meisjesteam)

A-jeugd1,5 team (1 jongensteam, 1 combinatieteam meisjes met Heracles)

Dames senioren: 7 teams

Heren senioren: 2 teams

Recreanten:1 combinatieteam met AHC ‘31

In de loop van het seizoen zijn er een team C-jeugd en een Heren senioren team bijgekomen.

 

Het bestuur

Van beide verenigingen zijn bestuursleden afgetreden. Het seizoen 2000-2001 is het bestuur gevormd door alle niet-aftredende bestuursleden van beide verenigingen. Alleen de voorzitter wordt statutair in functie gekozen. De overige taken zijn vooralsnog verdeeld tussen de resterende bestuursleden. Het onderhavige beleidsplan geeft eveneens nadere voorstellen voor de verenigingsstructuur.

Het bestuur zag er met ingang van het seizoen 2000-2001 als volgt uit:

Rob van der Vecht voorzitter

Belia Haasbroek vice-voorzitter externe zaken

Inge van Kraaikamp vice-voorzitter interne zaken

Didi Roubos secretaris en penningmeester

Yolanda Willems wedstrijdsecretaris jeugd

Janna Zeilstra wedstrijdsecretaris senioren

Wil Selgert technische zaken

Ton Stroosnijder topsportzaken

Saskia Zeilstra algemeen

Alie Groothand bleef beschikbaar voor de registratie nieuwe leden en Karin Eekelschot als Scheidsrechters Kontakt Persoon.

Gestreefd werd en wordt zoveel mogelijk functionarissen te behouden. Binnen de sportwereld is in het algemeen een gebrek aan kaderleden. Daar waar deze er wel zijn, dient een vereniging alle moeite te doen om deze te behouden.

Het huidige organogram is als volgt:

Naast de Algemene Ledenvergadering is er een bestuur. Het bestuur wordt ondersteund door een scheidsrechterscontactpersoon en een ledenadministrateur. Per vergadering benoemt de algemene ledenvergadering voorts een notulencommissie en een kascontrolecommissie.

Hoofdstuk 3 SWOT-analyse

Een SWOT analyse geeft inzicht in de sterke en zwakke kanten van een vereniging en biedt zicht op kansen en bedreigingen (strong-weak-opportunities-threats).

Sterke punten van Westsite zijn:

Zwakke punten van Westsite zijn:

Kansen:

Bedreigingen:

Bij het vaststellen van het toekomstige beleid is het zaak de sterke kanten te behouden en aandacht te besteden aan de zwakke kanten. De kansen moeten benut worden en de bedreigingen moeten buiten de deur gehouden worden.

Hoofdstuk 4 Toekomstvisie

Missie

De handbalvereniging Westsite wil zoveel mogelijk mensen op een niveau dat bij hen past plezier laten beleven in het beoefenen van de sport handbal.

Doelstelling

Westsite is een handbalvereniging die inzet op breedtesport in combinatie met het op eigen kracht bereiken binnen de beschikbare middelen van het maximaal haalbare, waarbij spelplezier hoog in het vaandel staat.

    1. Organisatie

In hoofdstuk 1 is een weergave gegeven van de huidige bestuurssamenstelling en de taakverdeling binnen het bestuur. Voorgesteld wordt over te gaan op een ander organogram.

De redenen hiervoor vloeien voort uit het grote aantal leden, waardoor de ‘span of control’ voor enkelvoudige portefeuillehouders binnen het bestuur erg groot is geworden.

De Algemene Ledenvergadering is het hoogste orgaan binnen de vereniging. De taken en bevoegdheden zijn omschreven in de statuten. Dit geldt evenzeer voor het bestuur.

Binnen het huidige bestuur is de functie penningmeester en secretaris gecombineerd in 1 persoon. Deze ‘span of control’ is te groot. Voorgesteld wordt deze taken te scheiden en hiervoor twee functionarissen aan te stellen.

Bovendien is de functie van wedstrijdsecretaris momenteel vacant.

De scheidsrechterscontactpersoon (SKP’er) draagt ervoor zorg dat er voldoende scheidsrechters aanwezig zijn en ziet erop toe dat alle wedstrijden ook daadwerkelijk gefloten worden. De scheidsrechterscontactpersoon woont zo nu en dan de vergaderingen van het bestuur bij. Het is denkbaar om de scheidsrechterscontactpersoon onder te brengen binnen de technische commissie, doch dit doet onvoldoende recht aan het takenpakket van de scheidsrechterskontaktpersoon. Immers ook bij jeugdwedstrijden dient een scheidsrechter aanwezig te zijn. Er lijkt thans geen reden verandering te brengen in de positionering van de SKP’er binnen de vereniging. Een punt van aandacht is echter dat de functie van scheidsrechterscontactpersoon in de huidige situatie wel een hele afgezonderde functie is. Er moet voor gewaakt worden dat deze te geïsoleerd komt te staan.

De ledenadministratie krijgt vorm op drie plaatsen: zowel de secretaris, als de penningmeester als de ledenadministrateur (het aanmaken van nieuwe spelerskaarten) zijn betrokken bij de ledenadministratie. De functie van ledenadministrateur behoeft geen andere positionering binnen de vereniging. Zowel de secretaris als de penningmeester krijgen een kopie van het aanmeldingsformulier voor hun administratie.

Voorgesteld wordt om drie commissies in te stellen. De statuten van Westsite laten toe dat de Algemene Ledenvergadering of het Bestuur commissies instellen om bepaalde taken uit te voeren. De leden van de commissies worden benoemd en uit hun functie ontheven door het bestuur. Het bestuur blijft te allen tijde de eindverantwoordelijkheid houden. Indien binnen commissie verschil van inzicht ontstaat waar de commissie niet zelf uitkomt, beslist het bestuur.

Het is de bedoeling dat de drie commissies in de loop van de zomer van 2001 samengesteld worden en met ingang van het seizoen 2001-2002 actief zijn.

Jeugdcommissie

In de loop van het seizoen 2000-2001 is een aantal pleidooien gevoerd voor het instellen van een jeugdbestuur. Het lijkt echter verstandig de vereniging niet op te splitsen in twee verschillende clubs met een eigen bestuur, budget en beleid. Op dit moment wordt echter over teveel details gesproken in de bestuursvergaderingen. Het bestuur zou de lijnen uit moeten zetten, invulling van deze beleidslijnen kan in commissies plaatsvinden. Daarnaast is de ‘span of control’ voor het bestuurslid ‘jeugd’ erg groot. Een jeugdcommissie zou hierin kunnen voorzien.

Samenstelling:

De jeugdcommissie bestaat uit minimaal 3 en maximaal 5 leden. Van die leden is één persoon voorzitter en één persoon secretaris. De secretaris is tevens wedstrijdsecretaris. De voorzitter en de secretaris maken qualitate qua deel uit van het bestuur van Westsite. Het verdient aanbeveling de commissie niet uitsluitend te formeren uit trainers en coaches. Eén van de argumenten in de pleidooien voor een jeugdcommissie bestond eruit, dat de trainers/coaches te vaak door ouders werden aangesproken op zaken die buiten hun bevoegdheden liggen. Uiteraard hebben coaches en trainers wel een nadrukkelijke adviestaak. Hiertoe zal een overleg geëntameerd worden, gelijk aan het aanvoerdersoverleg bij de senioren, doch bestaande uit de trainers en coaches van de jeugdteams.

Werkwijze:

De commissie bepaalt haar eigen werkwijze. Belangrijk hierbinnen is de wijze waarop de commissie aanspreekbaar zal zijn voor zowel trainers als spelers en ouders. De jeugdcommissie vergadert zo vaak als zij dat zelf nodig acht.

Voor de vergadering zal de secretaris in overleg met de voorzitter een agenda opstellen. Na afloop van de vergadering wordt een verslag gemaakt. Dit verslag wordt door het bestuur behandeld als ingekomen stuk. De secretaris van de jeugdcommissie is verantwoordelijk voor de opbouw en bijhouden van een archief en houdt een bestand van jeugdleden bij. Uiteraard kan de commissie anderen inschakelen voor gerichte aktiviteiten, waar gewenst. Aan het eind van het seizoen brengt de commissie schriftelijk verslag uit aan het bestuur. De jeugdcommissie vraagt advies aan het jeugdoverleg (trainers en coaches) als het gaat om teamopstellingen, toernooi-inschrijvingen enz.

Taken:

De voorzitter van de jeugdcommissie verzorgt het jeugdoverleg.

Technische commissie

Hetgeen hierboven is gezegd over de ‘span of control’ voor jeugdzaken, geldt evenzeer voor het technische beleid ten aanzien van senioren. Ook over teamopstellingen van seniorenteams wordt thans in de bestuursvergaderingen gesproken. Voorgesteld wordt om ook dit uit te besteden aan een commissie.

Samenstelling:

De technische commissie bestaat uit minimaal 3 en maximaal 5 leden Van die leden is één persoon voorzitter en één persoon secretaris. De secretaris is tevens wedstrijdsecretaris. De voorzitter en de secretaris maken qualitate qua deel uit van het bestuur van Westsite. Het verdient aanbeveling de commissie niet uitsluitend te formeren uit trainers en coaches, maar dit is geen voorschrift. Uiteraard hebben deze wel een adviesfunctie.

Het aanvoerders/coachesoverleg zal gecontinueerd worden.

Werkwijze:

De technische commissie bepaalt haar eigen werkwijze. Belangrijk hierbinnen is de wijze waarop zij aanspreekbaar is. De technische commissie vergadert zo vaak als zij dat nodig acht. Voor de vergadering zal de secretaris in overleg met de voorzitter een agenda opstellen. Na afloop van de vergadering wordt een verslag gemaakt. Dit verslag wordt door het bestuur behandeld als ingekomen stuk. De secretaris van de technische commissie is verantwoordelijk voor de opbouw en bijhouden van een archief en houdt een bestand van leden bij. Ook de technische commissie staat het vrij anderen in te schakelen indien gewenst. Aan het eind van het seizoen brengt de commissie schriftelijk verslag uit aan het bestuur.

Taken:

De voorzitter van de technische commissie verzorgt het aanvoerdersoverleg.

Aktiviteitencommissie

De aktiviteitencommissie bestaat ook thans al, doch zonder formele status. De aktiviteitencommissie waarborgt, dat er aktiviteiten georganiseerd worden naast het handbal. Hierbij wordt gedacht aan het jeugdweekend, aan enkele feesten per jaar, aan een slotdag of openingsdag, enz. Ook voor ouders van jeugdleden zou elk jaar iets georganiseerd kunnen worden, al dan niet in combinatie met andere aktiviteiten. Nadrukkelijk zij hier opgemerkt, dat de aktiviteitencommissie niet beperkt is tot het organiseren van jeugdaktiviteiten.

Samenstelling:

De aktiviteitencommissie bestaat uit leden of ouders van leden, die het leuk vinden om aktiviteiten te organiseren. De samenstelling van de commissie kan sterk wisselend van aard zijn. In elk geval is één bestuurslid verantwoordelijk (aanspreekpunt) voor de aktiviteitencommissie.

Werkwijze:

De aktiviteitencommissie bepaalt haar eigen werkwijze. De aktiviteitencommissie vergadert zo vaak als zij dit zelf nodig acht. Aan het begin van het seizoen wordt door de aktiviteitencommissie een aktiviteitenplan opgesteld met een begroting. Deze begroting is input voor de verenigingsbegroting, in de verenigingsbegroting wordt dan het budget voor de commissie door het bestuur vastgesteld. De commissie verricht geen zelfstandig betalingen. Betalingen worden verricht door de penningmeester.

Aan het einde van het seizoen wordt een kort verslag gemaakt van de ontplooide aktiviteiten. Per aktiviteit kan de commissie anderen inschakelen.

Taken:

 

Club van 100/club van 25 euro

OSC kende een Club van 100. Iedereen die een bijdrage van 100,= wilde storten, trad tot deze club toe. Uit hun midden werd een commissie geformeerd, bestaande uit een of meer leden, een of meer ex-leden, een erelid en de penningmeester van de vereniging. Indien er bestedingsvoorstellen of verzoeken bij het bestuur werden ingediend, waarin de begroting niet voorzag, kon het bestuur deze verzoeken doorgeleiden naar de commissie van de Club van 100. Deze beoordeelde of de verzoeken voor inwilliging in aanmerking kwamen. Toetsingscriteria waren dat de middelen ten goede moesten komen aan de jeugd of aan de hele vereniging. Westervogels kende een club van 25,=

Een drietal leden heeft zich gebogen over een nieuwe opzet voor de club van 100.

Reglement 25 Euroclub Westsite

Doelstellingen van de 25 Euroclub

Het financieren van uitgaven van de vereniging Westsite die niet uit de reguliere begroting van de vereniging betaald kunnen worden

Criteria waaraan de uitgaven moeten voldoen

Reglement

dan kan het bestuur aan de club van 25 Euro financiering van de uitgaven vragen.

 

Verdeling bestuurstaken

Uitgaande van eerder genoemd organogram wordt de verdeling van de bestuurstaken als volgt:

Voorzitter

  • Zit de bestuursvergadering voor
  • Zit de algemene ledenvergadering voor
  • Is algemeen verantwoordelijk voor het reilen en zeilen binnen de vereniging
  • Legt namens het bestuur verantwoording af aan de ledenvergadering
  • Is verantwoordelijk voor publicatie van "Westsite Story". De redactie van "Westsite Story" verzorgt tevens de indeling van de kantinediensten.

Penningmeester

  • Woont de bestuursvergadering bij
  • Woont de algemene ledenvergadering bij
  • Stelt jaarlijks de begroting en de jaarrekening op
  • Draagt zorg voor het financieel beheer en verricht betalingen
  • Onderhoudt relatie met Club van 25 Euro
  • Onderhoudt relatie met technische commissie, jeugdcommissie en aktiviteitencommissie over financiën
  • Organiseert kascontrole
  • Aanspreekpunt voor beheer van kantine

Secretaris

  • Woont bestuursvergaderingen bij
  • Woont de algemene ledenvergadering bij
  • Maakt agenda en notulen van bestuursvergaderingen en ledenvergaderingen
  • Draagt zorg voor controle door de notulencommissie
  • Ontvangt, zet uit en beheert post en archief
  • Draagt zorg voor adreswijzigingen
  • Draagt zorg voor overschrijvingen

Vice-voorzitter externe zaken

  • Vervangt de voorzitter bij diens afwezigheid
  • Woont bestuursvergaderingen bij
  • Woont algemene ledenvergadering bij
  • Vertegenwoordigt vereniging in overleggen met gemeente, NHV, stadsdeel, sportpark etc.

Vice-voorzitter interne zaken

  • Vervangt de voorzitter bij diens afwezigheid
  • Woont bestuursvergaderingen bij
  • Woont algemene ledenvergadering bij
  • Woont aanvoerdersoverleg bij
  • Is lid van de aktiviteitencommissie

Voorzitter technische commissie

  • Woont bestuursvergaderingen bij
  • Woont algemene ledenvergadering bij
  • Is voorzitter aanvoerdersoverleg
  • Is voorzitter technische commissie

(Wedstrijd) secretaris senioren

  • Woont bestuursvergaderingen bij
  • Woont algemene ledenvergadering bij
  • Is secretaris van de technische commissie
  • Maakt verslag van de vergaderingen van de technische commissie
  • Beheert het wedstrijdsecretariaat senioren

Voorzitter Jeugdcommissie

  • Woont bestuursvergaderingen bij
  • Woont algemene ledenvergadering bij
  • Is voorzitter jeugdcommissie
  • Is voorzitter van een jeugdoverleg, bestaande uit trainers en coaches van de jeugdteams

(Wedstrijd) secretaris jeugd

  • Woont bestuursvergaderingen bij
  • Woont algemene ledenvergadering bij
  • Is secretaris van de jeugdcommissie
  • Maakt verslag van de vergaderingen van de jeugdcommissie
  • Woont de vergaderingen bij van het jeugdoverleg
  • Houdt een ledenbestand jeugd bij
  • Houdt een jeugdarchief bij
  • Beheert het wedstrijdsecretariaat jeugd

Topsportzaken; deze functie maakt logischerwijs deel uit van de technische commissie. Teneinde de vereniging te mogen vertegenwoordigen bij de vergaderingen van de sectie topsport is de status van bestuurslid een vereiste. Op niet verschijnen staat een boete van ƒ 500,=

  • Woont bestuursvergaderingen bij
  • Woont algemene ledenvergadering bij
  • Vertegenwoordigt vereniging in overleg sectie topsport NHV

 

 

 

 

    1. Jeugd en jeugdopleidingen

Kinderen geven meerdere redenen voor deelname aan sport. In volgorde van belangrijkheid zijn dit:

1Plezier hebben

2Leren en verbeteren van (motorisch-technische) vaardigheden

3Bij vrienden zijn en nieuwe vrienden krijgen

4Opwinding (spannende ontspanning)

5Winnen

6Iets aan de conditie doen en fit worden

7In sommige gevallen (bij teamsportkeuze) blijkt ook het deel uitmaken van een groep een belangrijke overweging.

Kinderen geven ook een aantal elementen op die voor hen reden waren om te stoppen met sporten.

  1. De overmatige nadruk op winnen
  2. Onvoldoende vooruitgang (het niet ervaren van succes of beheersing van noodzakelijke vaardigheden, ‘niet goed genoeg zijn’)
  3. Niet spelen in wedstrijden (op de bank zitten want ‘vandaag moeten we winnen’, volgens de coach)
  4. Belangstelling voor andere dingen (andere hobby’s of activiteiten)

Kinderen die stopten met sporten kregen dus niet waar ze voor gekomen waren en ze kregen in overvloedige mate waarvoor ze niet gekomen waren.

Visie op jeugdsport

Er zijn in het algemeen twee stromen te onderscheiden:

Voor Westsite geldt een combinatie van beide visies. Jongeren moeten met plezier ballen en daarnaast wordt gewerkt aan doorstroommogelijkheden voor de jeugd.

De jeugddoelstelling voor Westsite is:

Westsite is een handbalvereniging die inzet op breedtesport in combinatie met het op eigen kracht bereiken binnen de beschikbare middelen van het maximaal haalbare, waarbij spelplezier hoog in het vaandel staat.

Hiertoe wordt ernaar gestreefd alle jeugdteams dubbel te bezetten; dit betekent in alle leeftijdsgroepen in elk geval twee teams, zowel bij meisjes als jongens. Echter moet men zich realiseren dat de laatste jaren erg weinig jongens handballen. Daarom lijkt het een realistische streven om voor de jongens te streven naar een team in alle leeftijdsgroepen en voor meisjes twee teams in alle leeftijdsgroepen.

De jeugdcommissie wordt gevraagd activiteiten te entameren zoals topscore. Gezien de leeftijdsopbouw binnen de jeugdgroep en het gegeven dat de grootste sportuitval plaatsvindt vanaf 14 jaar, is een poging om juist die groep te bereiken de moeite waard. Gedacht kan worden aan het organiseren van projecten op scholen die wat meer door jongens bezocht worden. Daarnaast geldt behoud van de huidige leden als belangrijk speerpunt.

Handbalschool

De Handbalschool in Amsterdam is een initiatief van de gemeente Amsterdam, het NHV en VOC. Het project wordt gefinancierd door de gemeente en bestaat uit drie onderdelen:

JIB-projecten

Samenwerking tussen de sportsector en het onderwijs, de jeugdhulpverlening en de volksgezondheid krijgt in Amsterdam gestalte in het project Jeugd in Beweging (JIB) Het project richt zich op:

Het project Jeugdsport in Beweging, waarbij scholen als het ware een gastdocent van een sportvereniging kunnen vragen een aantal lessen te verzorgen waardoor de leerlingen kennis maken met die bepaalde tak van sport. Dit project is redelijk succesvol; er vinden 600 projecten per jaar plaats. Het precieze resultaat van dit project, de hoeveelheid kinderen die daadwerkelijk langdurig lid zijn geworden van een sportvereniging is echter moeilijk meetbaar. De gemeente heeft hier geen gegevens over, maar is redelijk optimistisch.

Top-score

Topscore is een plan voor stimulering van sportbeoefening gericht op jongeren in de middelbare schoolleeftijd. Uit onderzoek is gebleken dat jongeren juist stoppen met sporten als ze op de middelbare school zitten. Ze vinden sporten vaak wel leuk, maar hebben veel andere manieren om hun tijd te besteden. Vaak sluit het aanbod van sport niet aan bij hun wensen.

Het plan Topscore houdt in dat elke jongere in de middelbare-schoolleeftijd de gelegenheid moet krijgen ’s middags na schooltijd te sporten op school of daar vlakbij. Speerpunten in dit plan zijn dat de jongeren zelf een actieve bijdrage leveren in de organisatie van de sportbeoefening en dat de ‘jongerensportclubs’ tot stand komen door samenwerking van scholen, sportverenigingen en (sport)buurtwerk. De gemeente Amsterdam stelt middelen beschikbaar voor top-score-projecten. Westsite zou hiervan gebruik kunnen maken.

Gezien de hierboven genoemde redenen om te stoppen, is het van belang dat vooral bij de jeugd het accent niet te snel en niet te vroeg gelegd wordt op presteren. Plezier is het eerste doel.

Mogelijke middelen hiertoe zijn:

Om doorgroei te bevorderen zijn verschillende acties nodig. Hierbij kan gedacht worden aan:

Opleidingsplan

Voorgesteld wordt de jeugdcommissie te vragen een uitgewerkt opleidingsplan te maken in overleg met de trainers en de coaches. Dit opleidingsplan zou voor aanvang van het seizoen 2002-2003 gereed moeten zijn. Na goedkeuring van de ledenvergadering zou het plan dat seizoen in werking kunnen treden.

Op hoofdlijnen zou dit plan moeten bevatten welke vaardigheden jongeren in welke leeftijdsgroep moeten leren:

Selecteren op sterkte kan eerst als de doelstelling van dubbele teams gerealiseerd is.

Trainingsindeling

Op dit moment is Westsite krap bemeten met betrekking tot trainingsruimte en tijd. De A-jongens, de A-meisjes en de B-meisjes trainen samen op 1 veld (halve velden) op hetzelfde tijdstip. Het is wenselijk dat beide groepen (A-jongens en A en B-meisjes) elk kunnen beschikken over een heel veld. Voor de korte termijn moet nog bezien worden of dit financieel en organisatorisch haalbaar is, gezien de relatief kleine omvang van elk van deze groepen.

De A en B-jeugd trainen thans twee keer per week. Dit wordt gecontinueerd.

In het kader van opleidingen en doorstroommogelijkheden, lijkt het verstandig de talentvolle A-jeugd vanaf een bepaald moment mee te laten trainen met de dames-selectie of de heren-groep. Deze training komt echter niet in de plaats van de training met de eigen groep, maar moet als extra training worden gezien. Belangrijk wordt de communicatie tussen de trainers van de seniorenteams en de jeugdtrainer van de A-jeugdigen.

De jongere jeugd traint eenmaal per week. Dit wordt gecontinueerd.

Afmelden en invallen

Afmelden gebeurt thans centraal bij het bestuurslid jeugd. Om goed het overzicht te kunnen behouden in deze snel veranderende groep zal ook in de toekomst het afmelden bij het bestuurslid Jeugd of eventueel een ander lid uit de Jeugdcommissie plaatsvinden. Dit houdt verband met het feit dat slechts een beperkt aantal keren in hogere teams ingevallen mag worden zonder consequenties voor het spelen in het eigen team, alsmede ter voorkoming van boetes. Deze persoon is eveneens verantwoordelijk voor het regelen van invallers.

4.3.Senioren

Het huidige seniorenbestand is getalsmatig groot, 7 damesseniorenteams en 3 herenseniorenteams. Op spelniveau zijn er forse verschillen, in elk geval binnen de damesgroep. Het eerste team speelt 1e divisie, het tweede team 3e divisie, dames 3, 4 en 5 spelen 3e klasse afdeling en de dames 6 en 7 spelen 4e klasse. Het kampioenschap voor dames 6 en 7 leidt ertoe dat alle 5 recreatieve damesteams in dezelfde klasse gaan uitkomen.

Het spelniveau bij de herengroep is minder sterk verdeeld. OP het veld spelen heren 1 en 2 3e divisie (in de zaal 3e divisie en 2e klasse afdeling) enspeelt heren 3 3e klasse.

Het eerste jaar van de fusie zijn de damesteams in tact gelaten. Bij de heren heeft vermenging plaatsgevonden tussen de oud OSC-leden en de oud Westervogels-leden.

Doelstelling

Als doelstelling wordt geformuleerd een zo lang mogelijk behoud van de 1e divisieplaats bij de dames, doch in elk geval een 2e divisieplaats. Daarna wordt gestreefd naar een meer evenwichtig verdeeld spelniveau van de lagere teams, bijv. een team in elke klasse daaronder (1x 3e divisie, 1x 1e klasse, 1x 2e klasse, enz.).

Voor de heren ligt de situatie iets anders omdat er minder teams zijn en de uitgangsituatie verschilt van die van de dames. De doelstelling is: het 1e team zou zo hoog moeten spelen als mogelijk, bij voorkeur 3e divisie, mogelijk op termijn zelfs 2e divisie, de overige herenteams op afdelingsniveau.

Westsite kiest er nadrukkelijk voor dit op eigen kracht te bereiken. Met andere woorden, er worden geen spelers van buitenaf aangezocht uitsluitend en alleen om dat doel te bereiken. Het behoud van spelers en het behoud van spelplezier binnen de vereniging blijft prioriteit houden.

Indelen naar sterkte

Het eerste jaar van de fusie is bij de dames gekozen voor het intact laten van de teams. Deze teams spelen veelal al jaren in dezelfde samenstelling en worden meer als vriendenteams aangemerkt dan dat deze op sterkte zijn samengesteld. Voor de recreatieve teams (afdelingsniveau) behoeft dit op korte termijn geen wijziging, met dien verstande dat voor nieuwe leden of doorstromende jeugdleden ruimte gemaakt moet kunnen worden in bestaande teams, die passen bij hun niveau. Dit gaat echter niet zover dat huidige leden daardoor gedwongen uit hun team gezet zouden moeten worden. Gezien de leeftijd van een aantal dames kan verwacht worden dat in de komende jaren her en der gaten in teams zullen vallen, die opgevuld moeten worden als gevolg van het beëindigen van hun handbalcarrières.

Voor het huidige dames 1 en dames 2 (divisieteams) kan op termijn van enkele jaren wel wijzigingen verwacht worden. Over ca. 2 jaar stromen meisjes-A door naar de senioren. De talentvolle jeugd zou – indien het spelniveau bij hun capaciteiten past - in moeten kunnen stromen in de hogere teams. De technische commissie moet zorg dragen voor een goede instroom van de jeugd in de seniorenteams.

Bij de heren heeft het eerste jaar na de fusie een integratie plaatsgevonden van OSC en Westervogels. Het leeftijdsverschil in het oude Westervogels herenbestand was te groot.

Omdat aan het begin van het seizoen onduidelijk was of er in de zaal 3 teams op de been gebracht zouden kunnen worden, is ervoor gekozen met 2 herenteams te gaan spelen met als doel een 3e herenteam. Op het laatste moment kwam er een derde herenteam bij, voor een deel bestaande uit vaders, die wilden gaan handballen, voor een deel telkens aangevuld door heren uit de andere teams. In de loop van het seizoen is dit een volwaardiger team geworden.

Op dit moment bestaan de drie teams uit een sterk wisselend aantal heren, nl. 13, 12 en 8. Er wordt naar gestreefd op korte termijn tot een evenwichtiger getalsmatige verdeling te komen.

Ook de herenteams (in elk geval de oud OSC-herenteams) spelen veelal al jaren in dezelfde samenstelling en worden meer als vriendenteams aangemerkt dan dat deze op sterkte zijn samengesteld.

Voor recreatieve teams (afdelingsniveau) behoeft dit op korte termijn geen wijziging, met dien verstande dat voor nieuwe leden ruimte gemaakt moet kunnen worden in bestaande teams, die passen bij hun niveau. Dit gaat echter niet zover dat huidige leden daardoor gedwongen uit hun team gezet zouden moeten worden. Gezien de leeftijd van een aantal heren kan ook hier verwacht worden dat in de komende jaren her en der gaten in teams zullen vallen, die opgevuld moeten worden als gevolg van het beëindigen van handbalcarrières.

Voor het huidige heren 1 kan op termijn van enkele jaren wel wijzigingen verwacht worden. Over ca. 2 jaar stromen jongens-A door naar de senioren. De talentvolle jeugd zou – indien het spelniveau bij hun capaciteiten past - in moeten kunnen stromen in het hogere team.

Afmelden en invallen

Aan het begin van het seizoen werd centraal afgemeld en werden centraal invallers gevraagd. Voor de wedstrijdsecretaris was dit een geweldige klus. Elke week werden er tientallen telefoontjes gepleegd om teams gevuld te krijgen. Door persoonlijke omstandigheden is dit in de loop van het seizoen veranderd. Afmelden gebeurde vanaf dat moment bij de coach van het team, die veelal zelf invallers aanzocht.

Dit lijkt beter te werken. Er is echter een belangrijke voorwaarde voor decentraal afmelden, namelijk dat centraal zicht gehouden wordt op het aantal invalbeurten van spelers in andere teams en in de bondsopgave.

Dit kan gerealiseerd worden door met dubbele wedstrijdformulieren te gaan werken. Een afschrift van het eigen wedstrijdformulier wordt ingeleverd bij de wedstrijdsecretaris, die een bestand bijhoudt. Dit betekent een wijziging van de functie van wedstrijdsecretaris ten opzichte van de startsituatie afgelopen jaar.

Trainingsindeling

Op dit moment verzorgen twee trainers de trainingen van alle seniorenteams. Met hen zal gesproken worden over continuering hiervan.

De trainingstijden zijn ongelukkig. Er wordt getraind op 1 avond met wisselende bloktijden. Het laatste blok is van 10 tot 11 uur ’s avonds en kan zich in de regel verheugen op weinig tot geen belangstelling. Gestreefd wordt naar andere tijden, zowel meer uren als betere uren.

Hierbij kan uitgegaan worden van een uur voor de dames overig, en anderhalf uur voor zowel de heren als de dames-selectie. Op termijn zouden het hoogste heren en damesteam twee maal per week moeten gaan trainen, wil het divisie-niveau gehaald dan wel behouden kunnen worden.

 

4.3.Gehandicapten

Westsite en AHC’31 hebben een combi-team voor gehandicapten. Dit team komt uit onder de naam AHC-vogels. De trainingen en wedstrijden vinden plaats in de Sporthal zuid. Omdat de rest van de vereniging haar wedstrijden en trainingen elders heeft, is de binding tussen de vereniging en het gehandicaptenteam gering. Het verdient aanbeveling te proberen de wedstrijden van het gehandicapten team ook te doen plaatsvinden binnen de Westsite-blokken. Gestreefd wordt uiteindelijk tot een eigen team te komen.

4.4.Trainers

In de loop van dit seizoen is gebleken dat een groot aantal leden en ouders graag een bijdrage aan de vereniging willen leveren. Zij worden trainer of coach. Helaas is er weinig aandacht voor opleiding van deze kaderleden. Niet van alle trainers mag verwacht worden dat zij de volledige jeugdtrainersopleiding volgen. Het enthousiasme van deze trainers compenseert heel veel. Van belang is in elk geval dat elke groep een vast trainer en coach heeft en dat hierin niet teveel wisselingen plaatsvinden.

Maar vaak is het voor trainers en coaches prettig van ervaren en geschoolde mensen te leren hoe je het beste een training op kunt bouwen, wat zijn leuke oefeningen, welke oefenstof is het meest geschikt op welk niveau.

De handbalschool biedt hier goede kansen. Men wil trainingen voor trainers geven om de kwaliteit van het jeugdhandbal omhoog te brengen. Voordeel is dat het hier gaat om workshops die ongeveer 5 keer per jaar plaatsvinden. Het kost niet te veel tijd, men kan deelnemen wanneer het uitkomt en het is niet verplicht om iedere keer mee te doen.

Daarnaast zullen spelers en speelsters uit de hoogste teams gevraagd worden zo nu en dan gasttrainingen te verzorgen.

Ook een buddysysteem levert een bijdrage. Een onervaren trainer wordt gekoppeld aan een meer ervaren trainer. De onervaren trainer kan met vragen en problemen bij zijn "coach" terecht, maar zou bijvoorbeeld ook een training mee kunnen draaien, samen oefenstof uitwerken en dergelijke. Ieder buddyteam is vrij daar zijn eigen invulling aan te geven.

Daarnaast wordt voorgesteld dat alle trainers een spelregeltest afleggen, indien zij niet over officiële kwalificaties beschikken..

Waar mogelijk, is het gewenst, indien trainers na verloop van enkele jaren rouleren.

    1. Coaches

Ook voor coaches geldt dat zij vaak over onvoldoende basiskennis beschikken. Hun enthousiasme maakt veel goed, maar voor veel coaches zou het prettig zijn als zij iets meer kennis krijgen over hoe je in bepaalde situaties het beste te werk kunt gaan.

Ook hier is een buddysysteem een oplossing.

Bovendien zou er bijvoorbeeld 2 of 3 keer per jaar een soort workshop gehouden zou worden, dit zou Westsite eventueel zelf kunnen organiseren, wellicht met behulp van externe ervaren coaches.

Daarnaast is het wenselijk als die coaches, die niet tevens trainer zijn zo nu en dan een training zouden bijwonen om te zien welke oefenstof gebruikt wordt. Dit kan in de wedstrijden het niveau ten goede komen.

Ook een spelregelcursus is voor coaches een instrument bij het coachen en begeleiden van hun teams. Zoals eerder ten aanzien van trainers is opgemerkt verdient het bij coaches ook aanbeveling indien zij na verloop van tijd waar mogelijk rouleren.

4.6.Scheidsrechters

Binnen het NHV geldt de plicht tot scheidsrechterlevering. Het fluiten van wedstrijden geldt als het ware als tegenprestatie voor het spelen van wedstrijden. Het systeem werkt als volgt.

Elke gespeelde wedstrijd voor B-junioren en hoger telt als een punt aan de ene kant van de balans. Elke wedstrijd die een scheidsrechter fluit of tijdwaarneemt telt als een punt aan de andere kant van de balans. Aan het eind van het seizoen worden het aantal gespeelde wedstrijden verrekend met het aantal gefloten wedstrijden. Als een vereniging aan het einde van het seizoen niet voldoende punten heeft gehaald met het fluiten en tijdwaarnemen krijgt men een boete van ƒ 25,00 per punt die de vereniging tekort komt.

Het is dus in het belang van de vereniging dat er voldoende scheidsrechters aanwezig zijn in de vereniging om het aantal punten te verzamelen.

Je kan als vereniging mensen proberen te pushen naar de scheidsrechtercursus te gaan.

Dit heeft in de afgelopen jaren veel problemen opgeleverd omdat de mensen niet elk weekend willen fluiten. De bond is hierop ingegaan door een aantal van max. 4 scheidsrechters in een pooltje te laten fluiten.

Dit houdt in dat er een naam aangeschreven wordt en dat die persoon zorgt dat een van de mensen uit dat pooltje die wedstrijd fluit. Binnen Westsite is de scheidsrechterscontactpersoon een belangrijke schakel.

Vooralsnog wordt ervoor gekozen door te gaan met het huidige systeem en het risico van boetes voor lief te nemen. Zodra deze boetes onaanvaardbaar hoog worden, wordt overgegaan tot het aantrekkelijker maken van fluiten door over vergoedingen te gaan denken. Dit impliceert tegen die tijd contributieverhogingen.

4.7.Materiaal

Leaseballen

Binnen de vereniging zal gewerkt worden met een systeem van leaseballen. Elk lid betaalt 25,= en krijgt daarvoor een bal. Vooral jeugdleden vinden het leuk een bal mee naar huis te kunnen nemen. Bij inspelen en trainen neemt iedereen zijn eigen bal mee. Bij vermissing heeft het lid pech, hij is dan 25,= kwijt. Bij vervanging van een versleten bal worden geen gelden in rekening gebracht. Bij inlevering wordt de 25,= teruggeven.

Overigens zijn zowel in de Calandhal als op het clubgebouw in Riekerhaven ballen van de vereniging aanwezig. Dit is echter een beperkt aantal ballen die kwalitatief minder goed zijn. Streven is dat aan het eind van het seizoen 2001-2002 ieder spelend lid in het bezit is van een leasebal.

Tenue

Het aanvankelijke voorstel van de twee besturen voor een tenue, nl. wit shirt en zwarte broek, bleek op veel weerstand te stuiten. De besturen besloten daarop de naamcommissie te verzoeken tevens een voorstel te doen voor een nieuw tenue. De commissie heeft een voorstel gedaan voor een blauw shirt en een zwarte broek. Bij rondvragen binnen de twee verenigingen leek dit een aanvaardbare keuze.

Het tenue bestaande uit een blauw shirt, zwarte broek en witte sokken is op de Algemene Ledenvergadering van 19 september 2000 vastgesteld. In de loop van het seizoen is het mogelijk geworden een blauw met zwarte trainingspak aan te schaffen.

Shirtreclame

Het eerste jaar van de fusie is ervoor gekozen geen shirtreclame toe te staan. Afgesproken is hierop in het beleidsplan terug te komen.

Gezien het feit dat de shirts eigendom zijn van de vereniging, is het niet toegestaan dat teams zelf shirtreclame aan (laten) brengen op hun shirts. Mocht zich een sponsor aandienen die de gehele vereniging wil sponsoren, is het een ander verhaal. Dit besluit wordt alsdan door het bestuur genomen.

Voorgesteld wordt sponsoring van trainingspakken toe te staan onder de volgende voorwaarden. De vereniging gaat de sponsorovereenkomst aan. De pakken worden eigendom van de vereniging. Het bestuur keurt per keer de betreffende reclame-uiting goed. Hierbij kan het bestuur nadere regels stellen, zoals geen tabaksreclame enz. Het pak dient hetzelfde pak te zijn als de rest van de vereniging wordt aanbevolen

Overig materiaal

Na mogelijke instelling van een technische en een jeugdcommissie zullen deze commissies jaarlijks een voorstel doen aan het bestuur voor materialen.

 

4.8Accommodatie Veld

Op sportpark Riekerhaven heeft de vereniging haar eigen clubgebouw en twee velden.

In het clubgebouw bevinden zich een kantine, 4 kleedkamers en twee ruimtes voor de scheidsrechters.

Gedurende het veldseizoen wordt de kantine door de leden bemand. Ieder lid ouder dan 16 jaar heeft ongeveer 1 of 2 keer per jaar kantinedienst.

Voor het draaien van een kantine zijn in beginsel een vergunning en diploma’ s nodig. De vereniging heeft voldoende leden die over deze diploma’s beschikken.

De keuken en barfaciliteiten zullen worden uitgebreid. Er wordt een tijdelijke "gebouwcommissie" ingesteld die zich buigt over de noodzakelijk aanpassingen van de accommodatie.

4.9.Accommodatie Zaal

De vereniging heeft geen eigen zaalaccommodatie en maakt in het zaalseizoen gebruik van de sporthallen van de gemeente. Ieder jaar moet de vereniging bij de gemeente aangeven in welke als zij het liefst trainen en wedstrijden spelen en aan welke dagen en tijdstippen men de voorkeur geeft.

Het seizoen 2000-2001 is voor de trainingen gebruik gemaakt van de Calandhal. Voor de wedstrijden was de Ookmeerhal aangevraagd, met als uitwijkmogelijkheid de Calandhal. Veel wedstrijden hebben plaatsgevonden in de Calandhal die hiervoor eigenlijk niet geschikt is. De accommodatie is slecht onderhouden, doelen zijn slecht, kleedkamers vies en nauwelijks gelegenheid voor toeschouwers om de wedstrijd te zien.

Voor het komende seizoen wordt gestreefd naar:

Trainingen: Calandhal

Wedstrijden: Ookmeerhal en als uitwijkmogelijkheid Sporthallen Zuid

Voor de lang termijn is het streven een vaste speelhal in Amsterdam-West, mogelijk een vernieuwde Calandhal of een nieuwe sporthal op Riekerhaven?

 

4.10.Communicatie

In de huidige situatie bestaan de volgende communicatiemiddelen:

Het is wenselijk te komen tot een communicatieplan. In de loop van het seizoen 2001-2002 zal dit geschreven worden. Het streven is dat het communicatieplan in het seizoen 2002-2003 in werking treedt.

Doelen:

Doelgroep

Dit leidt tot twee sporen: Interne Communicatie (voor de leden) en Externe Communicatie (voor mogelijk toekomstige leden)

Interne Communicatie

Doel:

Doelgroep:

Middel:

Externe Communicatie:

Doel:

Doelgroep:

Middelen:

 

 

Hoofdstuk 5 Planning en prioriteiten

Voor het begin van ieder seizoen wordt door het bestuur een kalender met belangrijke data en deadlines verstrekt aan de diverse commissies. Voor de leden zal tevens een jaarprogramma op hoofdlijnen beschikbaar worden gesteld, waaruit blijkt wat de handbalvrije weekenden zijn, opdat teams die met elkaar activiteiten willen ontplooien bij hun planning rekening kunnen houden met de handbalvrije weekenden.

Op de algemene ledenvergadering zal ieder jaar een evaluatie van het beleidsplan plaatsvinden. Het bestuur zal hier het voortouw in nemen.

In de loop van het seizoen 2001-2002 zullen de volgende uitwerkingen van en aanvullingen op het beleidsplan geformuleerd worden:

 

 

Hoofdstuk 6 Financiën

De contributie voor het seizoen 2000-2001 is vastgesteld op

:

De systematiek waarbij twee maal per jaar de contributie werd geïnd, de helft aan het begin van het seizoen (uiterlijk 15 oktober te voldoen) en de andere helft in januari (uiterlijk eind januari te voldoen) wordt gehandhaafd.

Daarnaast is het mogelijk voor leden om hun betalingen automatisch te verrichten.

Het bestuur zal zich de komende maanden buigen over de mogelijkheden om extra inkomsten te genereren, zoals advertenties, sponsoren, donaties en andere opties. Ook beleid geformuleerd worden ten aanzien van wanbetalers en incassoprocedures.

 

Literatuur

Buisman, A. (redactie)

Jeugdsport en beleid

Bohn Stafleu van Loghum

Houten/Diegem, 1996

Leeuwarden, J.C.M. van

Jeugdsport, een studie naar de waarden, doeleinden en functies van jeugdsport in relatie tot het sportbeleid van de gemeente Amsterdam.

Doctoraalscriptie Vrije Universiteit Amsterdam, Interfaculteit Lichamelijke Opvoeding, Vakgroep Bewegingsagogiek. Amsterdam 1984

Leeuwarder Courant

Sportend kind geen boefje

Leeuwarder Courant, oktober 1997

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS)

Wat sport beweegt. Contouren en speerpunten voor het sportbeleid van de rijksoverheid.

SDU Uitgevers, ‘s-Gravenhage 1996

Gemeente Amsterdam, Dienst Welzijn, Afdeling Sport & Recreatie

Beleidsplan Verenigingssport

September 1997

Gemeente Amsterdam, Dienst Welzijn, Afdeling Sport & Recreatie

Topscore, Jongerensportplan

September 1997